REISVERHAAL Wachten leren waarderen

We voelen ons verbonden met Santiago, maar hadden nooit gedacht dat we hier vier weken later nog steeds zouden zijn, opgenomen in deze uiterst georganiseerde, meest westerse stad van Zuid Amerika. Na de eindeloze vergelijkingen met Buenos Aires zijn we tot de conclusie gekomen dat de mensen wat koelbloediger en ingetogener zijn, het een stad is in groeiende economische welvaart met glinsterende kantoren die de hemel delen met de bergkammen van de Andes. De stad is uitgebouwd op een enorme vlakte waar één derde van de bevolking van Chile zich heeft gehuisvest. Midden in de stad rijzen een grote en een kleine berg uit boven de bebouwing als twee groene oases. Toen we op de top van de grote berg aankwamen ging de zon juist onder en keken we neer op het gekrioel van de naar huis haastende mensen in de avondspits.
De zondag is een rustdag en duidelijk minder druk dan andere dagen. De musea zijn dan gratis en we ontdekten dat er inspirerende jonge kunstenaars te vinden zijn alhoewel er in Buenos Aires een veel grotere creatieve vibe heerst. Het modebewustzijn van de Argentijnen is bijna gelijk aan dat van de Italianen. De Chileense straatmode is een mix van westerse goedkope shit, afthanse vintage jurken, werkuniformen en een beetje hippie.
We zijn naar een Jazz-voorstelling geweest in een theater dat zo uit de film Amadeus had kunnen komen. We werden door een jongen naar onze plek op het eerste balkon geleid. Achter een deurtje met fluwelen gordijnen stonden acht stoeltjes met zachte poef zittinkjes. Het plafond was bezaaid met rondbuikige baby engelen. Van het optreden konden we niet veel zien maar het was al leuk de barokke concertzaal te bestuderen.
Terwijl de avonden werden gevuld met culturele bezigheden en interessante medereizigers gingen we overdag naar de garage om aan de motor te werken. We wilden de motor nu een goede opknapbeurt geven zodat we er weer een tijd mee vooruit konden in minder georganiseerde landen. Omdat een onderdeel in heel Santiago niet te krijgen was hebben we het op aanraden in de VS besteld. Het zou minimaal zes dagen gaan duren en aangezien ons budget steeds verder kromp wilden we de dure stad ontvluchten. Ik herinnerde me een tip van Karen: de familie Astorga in Cajon de Maipo, een dal in de Andes op een uurtje rijden van Santiago.

We kwamen aan in het dorpje dat in 1907 opgericht was door de familie Astorga. Opa en oma hebben maar liefst tien kinderen voortgebracht, allemaal getrouwd en inmiddels weer gescheiden. Intussen heeft de familie meer dan veertig klein- en minikinderen. Het is interessant te zien hoe de tien broers en zussen als familie samenwerken. De een is architect en heeft een aantal fantastische gebouwen ontworpen, de ander runt een succesvol restaurant, de kleinkinderen hebben hun eigen rafting- en kano club opgezet en er zijn zo’n vijfentwintig paarden voor excursies en een camping, waar wij nu buiten het seizoen als enige kampeerders stonden. De familie beheert een stuk gebergte dat fungeert als privé nationaal park met beschermde diersoorten.

Nadat we een week hadden rondgehangen, alle wandelingen in de omgeving hadden gelopen en bleek dat het onderdeel in Santiago nog steeds niet aangekomen was vroegen we ons af waarom we toch zo lang hier zouden moeten blijven? Misschien omdat het nog slecht weer was in het noorden van Argentinië?
Die avond gingen we op bezoek bij een van de kinderen, Paulo Astorga, hij had interessante tips over Ecuador. Hij vertelde dat ze de volgende ochtend met een groep drie dagen te paard de bergen in gingen om de wilde paarden naar lager gelegen gebieden te brengen en of we mee wilden… Wouter vond het wel spannend aangezien hij in Nederland nog maar een paar keer op een paard had gezeten. We besloten natuurlijk het te doen en vertrokken de volgende ochtend met zijn achten en twee muilezels de bergen in. Ons gezelschap bestond uit Paulo, zijn vijfentwintig jaar jongere vriendin Marta, Don Leo, een vroeger beruchte smokkelaar van het gebergte, die het gebied op zijn duimpje kent en Rodrigo, zijn nieuwe en stuntelige hulpje. Er waren ook nog twee broers uit Santiago, die al sinds jaar en dag meegingen. Een van de broers bleek Minister van de Visserij te zijn in Chili.

Onze paarden brachten ons de eerste dagen van vijftienhonderd naar vijfendertighonderd meter hoogte. We reden zo’n zeven uur per dag. ’s Avonds aten we sappig vlees bij n kampvuur en dronken slechte wijn. We sliepen onder een fantastische sterrenhemel. De mannen gebruikten hun zadel als kussen. De paarden graasden en dronken in de beek om bij te komen van het vele klimmen op de rotsige hellingen. Eenmaal op hoogte begon de speurtocht. We deden een wedstrijdje wie het eerste wilde paard zou spotten. De paarden waren verdeeld in kleine groepjes over een heel groot gebied. In het begin zijn de paarden kleine puntjes op een immense helling. Als ze door hebben dat je eraan komt dan jaag je ze verder weg. Dus heel stil slopen we te paard in een grote lus om de kudde heen om ze vervolgens tactisch over de bergen naar beneden te drijven. Ik vond dit echt fantastisch en was helemaal in mijn element maar Rodrigo begreep het niet zo goed en jaagde ze steeds verder weg. Op een gegeven moment hadden we een hele grote groep in de goede richting gedreven en  zo’n dertig paarden galoppeerden in volle vaart naar beneden. Wouter reed rustig wat lager, niets vermoedend dat de groep recht op hem af denderde. Iedereen schreeuwde dat hij aan de kant moest gaan en net op tijd vloog hij de helling op, zo hard had ik hem nog nooit zien rijden. Gaande weg werd de groep steeds groter tot we bij een kloof kwamen waar de paarden niet verder konden. Hier ging Don Leo de paarden die bij ons hoorden selecteren. In dit gebied leefden ook paarden van anderen. Het was bijzonder te zien dat de paarden bij hem alleen rustig bleven. Rodrigo wilde laten zien dat hij t ook kon maar toen hij de groep naderde ontstond er al onrust. Ik moest hier mijn lieve paard inruilen voor een ander, omdat het weer een tijd in de vrije natuur mocht leven. Don Leo moest het paard echt verjagen wat me wel pijn deed omdat ik mijn trouwe metgezel los moest laten.

Toen we op zaterdag avond vuil, stinkend en moe beneden aankwamen, werden we uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje met de reusachtige familie. De volgende ochtend zijn we door de twee broers in hun Porsche Cayenne afgezet in Santiago. In het hostel lag al vanaf de dag dat we te paard vertrokken waren het pakketje op ons te wachten. Het onderdeel is intussen gemonteerd en we zijn vertrokken naar Argentinië met daarna eindelijk Bolivia in het vooruitzicht!