REISVERHAAL Muggen, mieren en tekenbeten

We zijn een week de boliviaanse jungle ingegaan. Van drie naar dertig graden was een groot verschil, vooral door de hoge luchtvochtigheid. We hadden besloten niet met de motor te gaan aangezien de weg een van de gevaarlijkste ter wereld bleek te zijn. In zestig kilometer daalden we tweeduizend meter over drukke, smalle, stoffige hobbelpaden. Langs een loodrechte bergwand wiebelde de bus met een brommende motor steeds verder omlaag. Met de bus is zeker niet ongevaarlijker maar wel ontspannender, vooral voor Wout die lekker naast mij zat te glunderen! Als het achteruit manoeuvreren op het randje van de afgrond te spannend werd deed ik snel het gordijntje dicht en praatten we gezellig over van alles en nog wat.

Twee uur na aankomst van de achtien uur durende busrit begonnen we meteen aan een trekking van vijf dagen aangezien het dreigde te gaan regenen. We kochten nog snel wat tweede hands shirts met lange mouwen en ontbeten met wit brood en een papaya-bananenshake op de markt waarna we vertrokken met de slaapkorrels nog in onze ogen. Samen met twee Fransen jongens, de gids Reynaldo en twee koks werden we door een lancha (smalle boomstamboot) ergens gedropt aan de kant van de rivier en trokken te voet de jungle in. Door modder en over glibberige boomstammetjes liepen we omsloten door de enorm hoge bomen, op voor ons bijna onzichtbare paadjes. Reynaldo had een enorm hakmes, een machete, waarmee hij het pad vrij maakte. We slopen zachtjes tussen de planten en bomen door om de dieren niet te verjagen. We zagen wilde zwijntjes die in enorme groepen leven en noten kraakten van de kokosboom waardoor we al van ver een grappig pok-pok geluid hoorden. Toen we ze naderden verspreiden ze een enorme stank, als afweer. Grote groenrode papagaaien zaten in de boom boven de plek waar wij ons kampement opbouwden. Bij aankomst verwelkomde een dikke harige vogelspin ons in de eerste bananenboom die we zagen, mijn favoriete insect…

De volgende dag kwamen we aan bij de huisjes waar de familie van Reynaldo woont. Het is waarachtig om te ervaren hoe de familie volledig van de jungle leeft. Dan realiseer ik me hoe rijk de aarde is en hoe ver ik verwijderd ben van alle kennis en rijkdom die de natuur ons te bieden heeft. Het verschil tussen de onhandigheid waarmee wij toeristen stuntelden en de natuurlijkheid waarmee onze staf zich thuis voelde in de jungle was wel vooral voor hen lachwekkend. Wij werden helemaal lek geprikt door de muggen, gebeten door mieren, gleden uit, vielen in het water, waren niet gewend op de harde grond te slapen. Alles was zo anders dan de wereld die wij gewend zijn.

Aangezien we nog niet veel dieren ontdekt hadden slopen we om drie uur ´s nachts slaperig met een zaklamp door het bos op zoek naar tapirs, krokodillen en puma´s. De jongens waren nog niet helemaal wakker en ondanks de waarschuwing trapten ze alledrie in een grote rode mieren stroom. Toen Reynaldo en ik wat verstomde kreten achter ons hoorden zagen we de jongens in het rond springen en stampen om de mieren van zich af te slaan. Wout was het zwaarst getroffen en trok zijn broek naar beneden waarna wij de mieren eruit konden jagen, pobre chico! Uiteindelijk hebben we geen een dier gezien en keerden teleurgesteld terug. Na een heerlijk ontbijt bij terugkomst, met rijstepap en verse cacaopasta van de boom achter het huis werden we wat energieker. De gids nam ons mee om uitleg te geven over de geneeskrachtige werking van medicinale planten en bomen. Wouter was terug gekropen onder zijn muskietennet om het nachtelijke uitstapje nog even bij te slapen.

In de middag liepen we verder naar de grote rivier Beni waar we overnachten op het brede strand. De opa van Reynaldo had die ochtend een zwijntje geschoten en we hadden een paar hompen vlees meegekregen die op het vuur geroosterd werden. Een heerlijk avondmaal waar Wouter helemaal van opleefde. De volgende ochtend bouwden we een vlot voor ons zevenen én de bagage en trotseerden de grote rivier. De lucht zag er dreigend uit en het begon tropisch te stortregenen en te waaien. We zaten als verzopen katjes op het vlot te bibberen terwijl de staf af en toe even het water in dook om op te warmen. Eindelijk kwamen we aan op de plek waarvandaan we het laatste stuk te voet zouden afleggen. De zon begon al snel te schijnen waardoor we weer een beetje opdroogden.

Toen we terugkwamen in de bewoonde wereld voelde ik me heel sterk door de overwinning van alle ongemakken en het pure leven in de natuur. Wouter wilde heel graag met een klein vliegtuigje terug naar La Paz. Aangezien we een cadeautje hadden gekregen van oma Jeths zat dat er wel in en door de regen was de route met de bus gevaarlijker geworden dan op de heenweg… We informeerden bij de twee vliegmaatschappijtjes waarvan de eerste door de regen zijn vluchten voor de komende drie dagen had gecancelled. De militaire vliegmaatschappij had nog precies twee plaatsen vrij, dus die waren gewoon voor ons bestemd! Toen we bij het vliegveldje aankwamen zaten we ineens tussen allemaal verwende toeristen en een enkele té rijke boliviaan. Aangezien ik ook nog een aanvaring had met een uitermate vervelende Amerikaanse gaf ik qua sfeer een dikke voorkeur aan de bus. Maar het landschap met de zonsondergang vanuit het vliegtuigje maakte alles weer goed!